Wij van Open overheid nu vinden conversaties heel belangrijk. Conversaties in de overheid, tussen overheden en uiteraard tussen overheid en burger. Conversatiemanagement is een hot topic, vooral sinds Steven Van Belleghem er een (overigens aanbevelenswaardig) boek over geschreven heeft. Sindsdien zijn bij veel bedrijven en organisaties de belletjes gaan rinkelen: conversatie met klanten kan wel degelijk een meerwaarde zijn.
Een bedrijf dat vaak aangehaald wordt als goed voorbeeld als het over conversatiemanagement gaat, is winkelketen AVEVE. AVEVE is een Belgisch bedrijf dat vooral bekend is van zijn winkels waar je alles vindt voor 'tuin-, dier- en bakplezier', zoals ze het zelf noemen. Misschien niet meteen een usual suspect als het om innovatieve marketing en communicatie gaat, maar net daarom des te interessanter! In volgend interview ontdek je wie er schuilt achter die succesvolle Twitteraccount, Facebookpagina, website en andere kanalen en hoe ze het daar aanpakken.
We interviewden Kim Van Houdt, mediaverantwoordelijke bij AVEVE retail en de initiator van de socialemediacommunicatie van de winkelketen.
Open overheid nu (OON): Hoe is bij AVEVE het idee ontstaan om in te zetten op sociale media?
Kim Van Houdt, AVEVE: Als mediaverantwoordelijke van AVEVE Retail wou ik onze online communicatie verder uitbreiden. We hadden al een omvangrijke website, boordevol informatie. Daarnaast worden onze periodieke nieuwsbrieven via e-mail overduidelijk gesmaakt. Maar de dialoog kon en moest verder worden uitgediept. Persoonlijk advies verlenen, onze klanten bijstaan bij hun uitdagingen op het vlak van tuin, dier en thuisbakken keuken, staat niet voor niets centraal in onze winkels. Die interactie is wat telt, zowel offline als online. Geen wonder dat de opkomst van diverse sociale media mijn interesse wekte!
OON: Vaak worden sociale media nogal lichtzinnig aangepakt: "Laten we een Facebookgroep maken!" Hebben jullie social media ingebed in jullie communicatiestrategie?
Kim: We zijn niet op de kar gesprongen omwille van de hype of omdat 'anderen het ook doen'. Het succes van AVEVE is nooit voortgekomen uit het volgen van al dan niet tijdelijke of onzekere trends. Het was uit eigen interesse en visie dat we onze eerste bescheiden stapjes zetten. Alvast enkele tips: leer de verschillende kanalen kennen en evalueer pas na een grondige verkenning of deze communicatiemiddelen je al dan niet een meerwaarde bieden.
Pas toen we een duidelijk beeld kregen op het gebruik en de mogelijkheden van kanalen zoals Facebook en Twitter, zijn we gestart met het integreren ervan in de rest van onze communicatie. Zo plaatsten we op onze website de gebruikelijke Facebook-, Twitter- en YouTube-‘widgets’ en organiseerden we al enkele wedstrijden via onze socialemediakanalen. Die integratie is echter verre van afgerond. Er liggen nog heel wat mogelijkheden op tafel, zoals de Facebook ‘like’-knop in onze e-nieuwsbrieven en op de verschillende onderdelen van onze website, een discussieplatform of –forum en een verder uitgebouwde online klantenservice. Sommige voorstellen zullen het halen, anderen zullen worden afgevoerd. We nemen iedere stap weloverwogen en met de nodige voorzichtigheid. Ons publiek omvat bijna alle leeftijdscategorieën en we willen niemand forceren of afschrikken. Bovendien moeten we ook rekening houden met ons groot en divers netwerk aan AVEVE-winkels, onze eigen interne en externe spelregels en gebruiken, en onze plaats binnen de Groep AVEVE. Kortom: het is geen eenvoudig werkterrein. Maar dat het gebruik van sociale media een ‘blijver’ is, staat als een paal boven water.
OON: Het is niet eenvoudig om de goedkeuring van het management te krijgen als je met sociale media aan de slag wil gaan. Het management is vaak bang dat de controle over de communicatie zal verdwijnen, of dat sociale media niet genoeg zullen opbrengen. Hoe hebben jullie de goedkeuring van het management gekregen?
Kim: Inderdaad, dat was bij ons niet anders. Maar die vrees en vooringenomenheid hield me niet tegen om toch de eerste, schuchtere stapjes te wagen. Binnen m’n bestaand takenpakket van mediaverantwoordelijke (pers, online en offline communicatie) bleef er nauwelijks tijd over om me bezig te houden met sociale media. Dus deed ik dit in het begin tijdens m’n pauzes en buiten de kantooruren. Niet meteen een makkelijke evenwichtsoefening. Vervolgens kreeg ik langzaam de kans om een en ander toe te lichten aan ons management en zag men de eerste online dialogen op gang komen. De interesse was gewekt, zowel bij het publiek als intern. Het strekt het management van AVEVE Retail dan ook tot eer dat zij vervolgens niet alleen de nodige ondersteuning boden maar ook luisterbereid bleken en stilaan zelf ook enthousiast werden over de mogelijkheden van sociale media.
Anders gezegd, in ons geval hebben we al doende geleerd, en vooral al doende overtuigd. Natuurlijk is het ideale scenario dat de inzet van sociale media vanaf de allereerste dag wordt aangemoedigd en ondersteund door de top van het bedrijf. Maar dat is in talrijke Belgische KMO’s vandaag de dag nog steeds een utopie, vrees ik. In de praktijk heb je één of meerdere toegewijde en enthousiaste medewerkers nodig die binnen het bedrijf in een positie zitten van waaruit zij aan de (communicatie)kar kunnen trekken, in combinatie met een flexibel, vertrouwensvol en geïnteresseerd management.
OON: Hoe meten jullie eigenlijk de 'return of investment' van jullie sociale media inspanningen?
Kim: Wat onze communicatie via sociale media oplevert? Die vraag kan en moet men zich evengoed stellen bij alle andere communicatie-initiatieven. Binnen AVEVE zijn we niet naïef. We weten maar al te goed dat het verzenden van enkele ‘tweets’ of een status update op Facebook niet meteen de verkoop in onze winkels de lucht injaagt. Daar draait het bij ons ook niet om. Zoals ik al zei: persoonlijk advies verlenen, rechtstreeks contact, luisteren naar dat wat leeft, proberen om problemen van klanten op te lossen,… Dat is van belang. Net hetzelfde als in onze winkels: dichtbij de klant staan, op maat gemaakt reageren en dienen.
Als we op één werkdag de vragen van een vijftal personen kunnen beantwoorden of wanneer we tijdens het weekend enkele mensen van dienst kunnen zijn met tips over hun eigen uitdagingen en vraagstukken omtrent hun tuin-, dier- of bakexperimenten, zijn wij al heel gelukkig. Zoiets gebeurt best vanuit een centrale plaats en niet vanuit elke winkel apart. Je zou kunnen stellen dat daarmee de overgang wordt gemaakt tussen onze marketing- en communicatiedienst enerzijds en ons netwerk van winkels anderzijds. Een online verlengstuk van onze aanwezigheid in het straatbeeld, zeg maar. Ook bereiken we op Facebook en Twitter een bepaalde doelgroep die we misschien vanuit onze winkels niet meteen of toch niet zo makkelijk kunnen bereiken.
Er zijn verschillende manieren om de respons op onze sociale media-inspanningen in kaart te brengen. Eerst en vooral de traditionele en makkelijke cijfers zoals het aantal fans, het aantal reacties en geplaatste berichten op Facebook, het aantal volgers en dialogen op Twitter,… Daarnaast kijken we naar het aantal clicks op iedere link die we via Facebook en Twitter de wereld instuurden. Daarvoor gebruiken we bit.ly. Maar ook gaan we na in hoeverre deze sociale netwerkwebsites verkeer aanbrengen op onze website. En bijvoorbeeld in het geval van wedstrijden kunnen we meteen zien welk gewicht onze sociale mediakanalen in de weegschaal leggen.
OON: Ondertussen hebben jullie een aardige fanbase. Maar hoe zijn jullie eigenlijk van start gegaan?
Kim: We startten onze communicatie via Twitter en Facebook begin 2009. Heel verlegen lanceerden we onze eerste berichtjes en status updates; geen idee wat we mochten verwachten. We voelden ons zoals op de eerste schooldag: onzeker, vol goede wil, op onbekend terrein met nog geen vriendjes. De eerste maanden golden als proefperiode. Met ons YouTube-kanaal begonnen we pas einde 2009. Maar verder dan het plaatsen van enkele instructie- en productfilmpjes kwamen we nog niet. Daar schuilen nog meerdere mogelijkheden. En ook met betrekking tot de fotowebsite Flickr – waarop we sinds 2009 al een profiel hebben - koesteren we nog enkele ideetjes. We willen echter niet overhaast te werk gaan. Vandaag ligt onze klemtoon op Facebook en Twitter. Intern overwegen we een beter gebruik van LinkedIn of Yammer.
OON: Sociale media hebben ook een belangrijke interne component: een bedrijf of organisatie moet om kunnen gaan met interactie, vragen van klanten enz. Die moeten snel en accuraat beantwoord kunnen worden. Hoe hebben jullie dat intern aangepakt (processen ...)?
Kim: Binnen een groot bedrijf als AVEVE met een immens netwerk van winkels en dus een niet te overzien gamma aan producten sta je als mediaverantwoordelijke nergens zonder product en category managers. Zij bezorgen me de levensnoodzakelijke inbreng, onze kennis en ons advies. Als mediaverantwoordelijke die de sociale mediakanalen beheert, ben ik de oren en ogen van ons bedrijf. Maar de kennis ter zake, dat zit bij hen. In principe maak ik de communicatie mogelijk, maar ik voer ze dankzij hun ‘input’.
De achterliggende procedure is enorm eenvoudig: ik merk een probleem op of ik krijg een vraag binnen waarna ik deze meteen doorspeel aan een van hen. Als tussenpersoon sta ik in contact met onze product en category managers. Meer is er niet aan. Hoe eenvoudiger de zogenaamde ‘workflow’ wordt gehouden, hoe efficiënter het werkt. Ook en zeker binnen een groot bedrijf. Dat is weliswaar mijn persoonlijke overtuiging.
OON: Wie zijn de mensen achter de sociale media van AVEVE en hoeveel tijd stoppen jullie erin?
Kim: Tot nu toe beheerde ik onze socialemediakanalen alleen, zowel tijdens als buiten de kantooruren. Hoeveel tijd ik dagelijks besteed aan onze communicatie via sociale media hangt voor een deel af van de interactie op het ogenblik zelf. Zo hebben we dagen waarop ik toch wel enkele uren steek in Facebook en Twitter. Maar er zitten ook dagen tussen waarop m’n werk zich beperkt tot de dagelijkse ‘online monitoring’ en hier en daar een eigen berichtje, al worden dat soort dagen steeds zeldzamer. Op zich is er daarbij geen verschil tussen weekdagen, weekavonden of weekenddagen. De manier van werken blijft steeds hetzelfde. Op geregelde tijdstippen van de dag checken we onze online communicatiekanalen. Van ’s ochtends vroeg tot en met ‘s avonds. Daarbij maken we ook gebruik van een bepaald aantal sleutel- of zoekwoorden, dankzij de zoekfuncties binnen Google, Facebook en Twitter. Gelukkig kreeg ik er zeer recent versterking bij. Voortaan kunnen we met ons tweetjes de online stroom beheren en het werk verdelen. Dat zal onze online dialoog alleen maar ten goede komen.
OON: Worden andere personeelsleden van AVEVE ook gestimuleerd om op sociale media te gaan?
Kim: Niet voor het georganiseerde ‘corporate’ gebruik ervan, omwille van praktische redenen. De structuur (enkele algemene diensten met daarnaast een netwerk van winkels) en manier van werken binnen ons bedrijf leent zich niet tot een gesegmenteerde aanpak. Stel je voor dat iedere product en category manager over zijn producten begint te communiceren, of dat iedere AVEVE-winkel begint te tweeten of Facebook gebruikt. Hoe zouden we dat dan moeten aanpakken? En nog belangrijker, hoe zou zulke versplinterde communicatie overkomen bij ons publiek, laat staan resultaten opleveren?!
Let wel, niemand wordt tegengehouden. Zo zijn er al enkele winkels die gebruikmaken van Facebook en zijn er enkele medewerkers die – veeleer passief - op Twitter aanwezig zijn. Zij communiceren echter lokaal en op eigen initiatief, dus niet onder een ‘algemene vlag’. Maar daarnaast informeren wij wel onze medewerkers over sociale media en merken we steeds meer interactie op - ook en vooral privé - tussen AVEVE-medewerkers binnen Facebook en LinkedIn. Allemaal zaken die we zeker toejuichen! Want onbekend is onbemind. En dat moeten we vermijden.
OON: Social media guidelines zijn hot. Hebben jullie die ook?
Kim: Het eerste anderhalf jaar hebben we gewerkt zonder officiële krijtlijnen. Net omwille van het feit dat alles bevattelijk was, want het zat centraal bij eenzelfde persoon. Nu we voortaan met twee medewerkers zullen werken en ons management zich steeds meer gaat interesseren voor de werking en verdere mogelijkheden, zijn we midden juli gestart met het opstellen van zogenaamde ‘social media guidelines’. Maar die zijn nog niet helemaal klaar.
OON: Tot slot: wat is jullie mening over het topic 'overheid en sociale media'? Hebben jullie tips voor ons?
Kim: Een overheid die op alle niveaus communiceert via sociale mediakanalen? Dat lijkt ons een ‘must’ en een leuk vooruitzicht! Alleen zal die overheid op heel wat vooringenomenheid en ongeloof botsen. In het verleden was er al vaker sprake van een transparant en beter bestuur. Misschien toen niet door middel van sociale media, maar het achterliggende idee bleef ongewijzigd. Het publiek heeft dat voornemen al eerder gehoord en gelezen. Consequent volhouden, wordt dus cruciaal.
Maar ook de mate van oprechtheid en empathie (inlevingsvermogen) zullen het welslagen meebepalen. Politici maken soms al wel gebruik van diverse sociale netwerken. Maar alleen in periodes wanneer die communicatievorm in hun kraam paste. Opportunisme is dan ook absoluut te vermijden! Via sociale media dien je jouw contactpersonen, niet omgekeerd. Je luistert, je leest, je vraagt en volgt. En als het even kan, los je iets op of geef je raad.
Leg op voorhand je doelstellingen vast en grijp daarbij niet te hoog. Hoe groter het bedrijf, in dit geval ‘de overheid’, hoe trager de bijhorende veranderingsprocessen. Misschien is een kopij van onze organisatie te overwegen? Een model waarbij je de communicatie en ‘monitoring’ overlaat aan een ‘communicatieman’, terwijl die geruggensteund wordt door specialisten ter zake. Op die manier blijft eenieder binnen dat wat hij of zij goed kan en graag doet. Hou na verloop van tijd ook rekening met een toenemende online communicatiestroom. Voorzie dus voldoende werkmiddelen, zowel personen als tijd.
Een overheid die zich flexibel, dynamisch en snel organiseert, een overheid die als een mens van vlees en bloed persoonlijk handelt, eentje die transparant communiceert en kritiek omarmt,… Dat staat gelijk aan alle oude tactieken overboord gooien, een proces dat heel traag evolueert, een werk dat nooit klaar zal zijn. Het lijkt ons een helse opdracht, maar tevens ook een prachtige uitdaging! En het is alleen een dergelijke ‘overheid 2.0.’ die de diepe kloof tussen burger en politiek kan dichten. We wensen jullie project dan ook enorm veel succes toe!"